Zoeken
  • Pim Stultiens

Pensioenregeling bij een overname of fusie

Het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Pensioenwet (PW) geven het wettelijk kader voor de rechten en verplichtingen van de werkgever, de werknemer en de pensioenuitvoerder

bij overgang van onderneming.


Art. 7:663 BW bevat de essentie van de bescherming van de werknemers bij overgang van onderneming. Dit artikel bepaalt dat “door de overgang van een onderneming de rechten en verplichtingen die op dat tijdstip voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen hem en een daar werkzame werknemer van rechtswege over gaan op de verkrijger. Evenwel is die werkgever nog gedurende een jaar na de overgang naast de verkrijger hoofdelijk verbonden voor de nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, die zijn ontstaan vóór dat tijdstip.”


De eerste volzin geeft de hoofdregel bij overgang van onderneming, namelijk: dat alle rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst van rechtswege overgaan op de verkrijger. De hier bedoelde overgang van de rechten en verplichtingen is een breed begrip. Zowel schriftelijke als mondelinge afspraken in het kader van de arbeidsovereenkomst met de werknemer gaan mee over. Hieronder vallen ook de afspraken die tussen een werkgever en een werknemer zijn gemaakt op het gebied

van pensioen (de pensioenovereenkomst).


Uit de tweede volzin van art. 7:663 BW volgt dat de vervreemder voor de rechten en verplichtingen ontstaan in de periode tot de overgang nog een jaar na de overgang (naast de verkrijger) hoofdelijk aansprakelijk blijft. De aansprakelijkheid van de vervreemder is dus beperkt tot die verplichtingen die bestaan op het tijdstip van de overgang van de onderneming.


In de navolgende drie situaties geldt dat de rechten en verplichtingen uit de pensioenovereenkomst niet over gaan op de verkrijger:

  1. De verkrijger doet een zelfde aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst, als hij reeds voor het tijdstip van de overgang heeft gedaan aan zijn eigen werknemers.

  2. De verkrijger is verplicht deel te nemen in een Bpf en de werknemer gaat deelnemen in dat Bpf.

  3. Bij cao is afgeweken van de pensioenovereenkomst.

Recent heeft het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan in een zaak waarbij de werkgever (na een overgang van onderneming) stelt dat overgang niet onder de artikelen 7.663 en 7.664 BW valt. De rechter is duidelijk: de pensioenverplichting krachtens de arbeidsovereenkomst is op grond van artikel 7:663 BW over gegaan op de werkgever, nu de in artikel 7:664 lid 1 sub a tot en met c genoemde uitzonderingen zich niet voordoen. Aangezien de werknemers inmiddels uitdienst is getreden wordt de werkgever veroordeelt om een bedrag van € 37.108,00 te betalen aan de werknemer.


Zorg dat je de gevolgen voor de pensioenregeling van te voren goed in kaart brengt!


Hulp nodig?

  • Ik breng in kaart welke rechten en verplichtingen uit de pensioenovereenkomst van de werknemer overgaan.

  • Ik controleer door welke eventuele (financierings) achterstanden de overdragende werkgever nog heeft jegens een pensioenuitvoerder op het moment van overgang en hecht dit af in de overeenkomst.

  • Ik analyseer welke situatie op de specifieke overname van toepassing is en bekijk of een van de (drie) uitzonderingssituaties als bedoeld in art. 7:664 BW uitkomst kan bieden.

  • Ik bekijk de mogelijkheden voor een eventuele harmonisatie van de verschillende pensioenregelingen na de overname.

  • Ik bepaal welke acties er na de overgang van onderneming nog ondernomen moeten worden, met name jegens de pensioenuitvoerder.



37 keer bekeken0 reacties